Koper is belangrijk voor je afweer, energiehuishouding, botvorming en het pigment van je huid en haar. In Nederland komt een tekort zelden voor, maar als het ontstaat kan het tot ernstige klachten leiden. Vaak begint het met bloedarmoede, een lichtere huid of botontkalking.
Kopertekort symptomen
Typische klachten zijn:
- Bloedarmoede (vaak normocytair);
- Verlaagde afweer, met meer infecties;
- Neurologische klachten zoals tintelingen, gevoelloosheid of coördinatieproblemen;
- Een lichtere huid en kans op huidklachten;
- Lichter haar, kale plekken en vroegtijdig grijs worden;
- Verhoogd cholesterol;
- Bij kinderen: groeiproblemen en botafwijkingen;
- Bij volwassenen: osteoporose.
Oorzaken van kopertekort
Een kopertekort kan ontstaan door:
- Onvoldoende inname via voeding
Mensen die weinig koper binnenkrijgen via hun voeding lopen een groter risico op een tekort. Dit komt bijvoorbeeld voor bij ondervoeding, een eenzijdig eetpatroon of bij overmatig alcoholgebruik.
- Opnameproblemen in de darmen
Bij aandoeningen zoals coeliakie, chronische darmontstekingen, cystic fibrosis of langdurige diarree kan je lichaam koper minder goed opnemen. Ook na een maag- of darmoperatie, zoals een gastric bypass, is het risico op een tekort groter.
- Verhoogde verliezen
Sommige aandoeningen kunnen ervoor zorgen dat je meer koper verliest dan normaal. Denk aan langdurige nierdialyse, ernstige brandwonden of verlies via de urine bij het nefrotisch syndroom.
- Verhoogde behoefte
Tijdens de zwangerschap en bij het geven van borstvoeding heb je meer koper nodig. Ook te vroeg geboren baby’s hebben een hogere koperbehoefte.
- Hoge inname van ijzer, zink en vitamine C
Als je veel ijzer, zink of vitamine C binnenkrijgt via supplementen, kan dat de opname van koper verstoren. Deze stoffen maken gebruik van dezelfde opnamekanalen in de darm, waardoor koper minder goed wordt opgenomen.
Wie loopt extra risico op een kopertekort?
Een kopertekort komt vaker voor bij:
- Zuigelingen, vooral te vroeg geboren baby’s;
- Mensen met cystic fibrosis;
- Mensen met coeliakie, de ziekte van Crohn of andere darmziekten;
- Mensen die een maagverkleining hebben gehad;
- Gebruik van supplementen met hoge doseringen zink, zinkhoudende kleefpasta voor het kunstgebit, veelvuldig gebruik van crèmes met zinkoxide;
- Zwangerschap en borstvoeding;
- Alcoholisten;
- Mensen met ondervoeding.
Normale bloedwaarde
De koperstatus wordt vooral bepaald met de hoeveelheid koper in het bloed (serum of plasma). De normale waarde is 11–24 µmol/l. Lage waarden wijzen op een tekort, maar moeten altijd samen met symptomen beoordeeld worden.
Wat kun je doen?
Eet regelmatig koperhoudende producten zoals lever, noten, volkorenbrood, linzen, schaal- en schelpdieren, cacao of chocolade. Bij een vastgesteld tekort kunnen supplementen nodig zijn, op advies van je arts.
Check meer bronnen van koper bij ‘Waar zit het in?‘
Hoe voorkom je het?
Zorg voor een gevarieerde voeding met voldoende bronnen van koper. Gebruik niet zomaar supplementen, alleen als je arts dat adviseert. Als je een verhoogd risico hebt op een tekort, overleg dan met een arts of diëtist over controles of suppletie.
Check jouw koperbehoefte bij ‘Hoeveel heb je nodig?‘
Veelgestelde vragen over kopertekort
Wat zijn symptomen van kopertekort?
Een kopertekort kan leiden tot bloedarmoede, verminderde afweer, een lichtere huid en lichter haar, tintelingen in handen en voeten en op lange termijn botafwijkingen.
Wie loopt risico op kopertekort?
Vooral mensen met darmproblemen, na een maagverkleining en mensen die hoge doseringen zink gebruiken. Ook te vroeg geboren baby’s lopen risico.
Hoe wordt een kopertekort vastgesteld?
Via bloedonderzoek wordt de hoeveelheid koper gemeten. De uitslag wordt beoordeeld in combinatie met je klachten.
Wat kun je eten bij een kopertekort?
Goede bronnen zijn lever, volkorenbrood, noten, peulvruchten, schaal- en schelpdieren en cacao. Supplementen zijn soms nodig.
Kan zink een kopertekort veroorzaken?
Ja, een hoge inname van zink remt de opname van koper. Neem zinksupplementen alleen in overleg met een arts of diëtist.